Advertisement

Nijmegen: wat de bezetting op de Radboud-campus ons leert over protest en veiligheid

In Nijmegen zijn vannacht 23 mensen aangehouden na een urenlange bezetting van een gebouw op de campus van de Radboud Universiteit. Op last van het lokale gezag werd de actie beëindigd. Volgens de politie hadden de bezetters zich verschanst te midden van middelen en stoffen die bij onkundig gebruik, beschadiging of vernieling een dodelijke situatie hadden kunnen creëren. Juist die gevaarzetting maakte een directe interventie in het pand onverantwoord: agenten, andere hulpverleners en de bezetters zelf zouden daarbij onaanvaardbare risico’s lopen.

Het incident werpt een scherp licht op de dunne lijn tussen het recht op protest en de plicht tot veiligheid. Universiteiten zijn plekken van debat, maar ook van laboratoria, chemische opslag en complexe infrastructuur. Als een bezetting zich in of nabij een risicovolle omgeving afspeelt, verschuift het morele en operationele kompas ingrijpend.

Wat gebeurde er op de Radboud-campus?

De bezetting duurde uren, waarna handhaving volgde op aanwijzing van het lokale gezag. De kern van de politieafweging lag in de zogenaamde gevaarzetting: de combinatie van middelen en stoffen in het gebouw, en de mogelijkheid dat ondeskundig handelen of vernieling een fatale kettingreactie kon veroorzaken. Daardoor werd besloten dat binnentreden en fysiek ingrijpen geen verantwoorde optie was zolang het risico op escalatie bestond.

Dat klinkt voor sommigen tegenintuïtief—waarom niet “gewoon” ontruimen? In de praktijk vraagt dit soort situaties om geduld, scenario-afwegingen en tijd winnen. Een actie die er van buiten traag uitziet, kan van binnen een strak geregisseerde risicobeheersing zijn, met focus op het voorkomen van vonk-voor-pulververgelijkingen.

Gevaarzetting en besluitvorming

Professionals spreken dan over dynamische risico-inschatting: met welke ingreep verklein je het totale gevaar voor alle betrokkenen? Als de som van brand-, explosie- of giftigheidsrisico’s stijgt zodra er deuren sneuvelen of traangas wordt ingezet, is niet interveniëren tijdelijk de veiligste keuze. De keuze voor omkadering—afzetten, communiceren, de tijd gebruiken als de-escalatiemiddel—kan levens redden, juist omdat ze ruimte laat voor gecontroleerde oplossingen.

Daarmee verdwijnt de verantwoordelijkheid niet. Integendeel: het lokale gezag en de politie blijven verplicht om naar een einde toe te werken dat de openbare orde herstelt zonder de risico’s te vergroten. Dat vraagt om nauwe afstemming met specialisten: gevaarlijke-stoffenexperts, brandweer, medische teams en onderhandelaars. Ieder van hen brengt een stukje van de puzzel mee om het geheel veilig te houden.

Recht op demonstratie, grenzen van de locatie

Nederland kent een stevig verankerd demonstratierecht. Tegelijkertijd biedt de wet ruimte om protesten te beperken of te verplaatsen wanneer de gezondheid, het verkeer of de orde in het geding zijn. Een universiteitsgebouw is geen neutrale locatie: het kan opslag bevatten van chemicaliën, apparatuur onder hoge spanning of andere bronnen van verhoogd risico. Waar het podium van het protest is, doet er dus toe.

De ingreep in Nijmegen illustreert dat er momenten zijn waarop het lokale gezag—met de burgemeester als verantwoordelijke voor openbare orde—moet besluiten tot beëindiging. Niet omdat protest zelf onwenselijk is, maar omdat het decor waarin het plaatsvindt de veilige randvoorwaarden overschrijdt. In zo’n context wordt de dialoog niet alleen politiek, maar ook technisch: wat is de veilige marge en wie mag die bepalen?

Wat betekent dit voor universiteiten en studenten?

Universiteiten doen er goed aan om heldere kaders te schetsen voor actievoeren op de campus. Denk aan vooraf aangewezen ruimtes voor sit-ins, duidelijke afspraken over toegang tot gebouwen met risicoprofiel en laagdrempelige contactpunten voor organisatoren. Transparante richtlijnen helpen misverstanden voorkomen en laten zien dat protest welkom is, zolang veiligheid niet wordt ondermijnd.

Voor studentenbewegingen loont het om veiligheidsbrillen op te zetten—figuurlijk en soms letterlijk. Een risico-analyse vooraf, het expliciet uitsluiten van middelen of handelingen die een kettingreactie kunnen veroorzaken, en het aanwijzen van veiligheidscontacten binnen de groep maken acties weerbaarder en geloofwaardiger. Veiligheid is geen toegeving aan “het systeem”, maar een strategie om de boodschap beter te beschermen.

Tactieken om escalatie te voorkomen

Er zijn beproefde tactieken die de kans op escalatie verkleinen. Open lijnen met campusbeveiliging en het gemeentelijk team kunnen helpen om informele escalatieladders af te spreken: wat gebeurt er bij een melding, welke stappen volgen, welke signaalwoorden betekenen pauzeren of heronderhandelen? Ook realistische scenario-oefeningen—van tabletop tot korte briefings—maken dat alle partijen begrijpen wanneer een situatie kantelt van “druk en ongemak” naar “acute onveiligheid”.

Daarnaast is het verstandig om afspraken te maken over livestreams en social media. Real-time beelden kunnen onbedoeld operationele informatie prijsgeven (denk aan locatie van hulpdiensten of kwetsbare ingangen) en zo het risico vergroten. Richtlijnen die ruimte laten voor verslaglegging, maar operationele details uitfilteren, dienen zowel transparantie als veiligheid.

De rol van media en publieke beeldvorming

In tijden van spanning wint het snelste narratief vaak van het meest zorgvuldige. Toch is precies dat zorgvuldige narratief cruciaal. Het helpt wanneer zowel journalisten als actievoerders onderscheid maken tussen strategische terughoudendheid van hulpdiensten en vermeende passiviteit. Een gecontroleerde vertraging kan de rationeelste vorm van handelen zijn wanneer de marge voor fouten nul is.

Ook het publiek speelt een rol. De verleiding om onmiddellijk schuldigen aan te wijzen is groot, maar wie veiligheid serieus neemt, accepteert dat sommige details pas later verantwoord gedeeld kunnen worden. Evaluaties achteraf—geanonimiseerd, feitelijk, breed gedeeld—bouwen vertrouwen op en verbeteren het handelen bij een volgende keer.

Vooruitkijken

De gebeurtenissen in Nijmegen herinneren ons eraan dat het recht om gehoord te worden en de plicht om te beschermen geen rivalen hoeven te zijn. Wanneer actievoerders, universiteiten en autoriteiten gezamenlijk investeren in voorspelbare afspraken, transparante communicatie en serieuze risicobeheersing, ontstaat er een speelveld waarin scherpe meningsverschillen kunnen bestaan zonder dat de veiligheid in het geding komt. Dáár zit de winst: een campus waar fel debat en nuchtere veiligheidskunde elkaar niet uitsluiten, maar versterken.